Column Cor Hulsbus 3 Oktober 2008

Opvoeding?


Wie kent hem niet? De foto van het jongetje, gehuld in Feyenoordshirt met de middelvinger omhoog. Ik kwam de foto tegen in Centre’O in Oberhausen, maar richting een klassieker vind je deze plaat van jaren terug regelmatig in de media terug. Vorig jaar las ik een interview met de vader van het kereltje, wiens foto ik ook op onderwijscongressen en studiedagen tegenkom, en de man was een echte supporter. Soms gaat de liefde voor een club wel heel ver. Soms ook gaan ouders te ver. Zoals afgelopen weekeinde. In de Kuip, op vak C, waar normaliter keurige aandeelhouders zitten, ik heb er ook twee stoelen, sloeg een volwassene een kind van 12 dat juichte omdat zijn club had gescoord. Vervolgens moest het jongetje door stewards worden ontzet, waarvoor veel hulde. Op een voetbalveld in Schiedam sloeg een vader zaterdag een 14-jarige speler van het Rotterdamse Neptunus tegen de vlakte. Er moesten drie busjes aan te pas komen om de relletjes op de groene weide te sussen. Ooit was ik jeugdtrainer bij HOV en had jongens als Glenn Loovens (nu Celtic) en Cecilio Lopes (nu Volendam) in de groep. Doordeweeks kon ik de tijd vrij maken, in het weekeinde niet.


Op zich vond ik dat niet erg, want de jeugdwedstrijden die ik her en der had bezocht in de loop der jaren maakten mij niet vrolijk. Te vaak zag ik ouders uit hun dak gaan en het slechte voorbeeld geven. Als afgestudeerd universitair opgeleid pedagoog wilde ik daar iets aan doen, maar stond ik machteloos. Tot vorig jaar het ministerie een succesvolle campagne lanceerde en mijn oude club HOV als eerste in ons land een pedagoog aanstelde, dacht ik dat de strijd verloren zou worden. Ouders werden zich weer bewust van hun gedrag en het ging de goede kant op, lazen we in de media. Maar berichten als die van afgelopen weekeinde zetten weer aan het denken. Op het stadionplein en in de Kuip zag ik ouders onzin uitkramen terwijl hun soms kleine kinderen gewoon meededen. Springen omdat je geen Jood wilt zijn, zit er al vroeg in bij deze kleintjes. Hoort dit voorbeeldgedrag ook bij de opvoeding waarbij je clubliefde over wilt brengen op je kroost? Gelukkig hebben we het hier over een klein percentage ouders, maar als zij zich niet bezinnen, blijven de problemen zicht voordoen en neemt deze generatie het verkeerde gedrag over, met alle gevolgen van dien. Het wordt immers allemaal ‘gewoon’ wat we zien en horen zonder dat er iets aan wordt gedaan.
Column Cor Hulsbus 19 August 2008
Geluk,

Vrijdag, de achtste van de achtste om acht over acht is het de eerste dag van de Olympische Spelen. Bij ons is het dan acht over twee. De getallensymboliek moet geluk brengen. Geluk voor de organisatie, de sporters en de kijkers. Nederland staat bekend om het chauvinisme van de bevolking, maar dat gebeurt dan vooral wanneer de supermarkten en detailhandel allerlei acties over de detaillist uitwerpen. De oranjegekte schijnt dan opeens toe te slaan, de koorts loopt dan volgens de media zienderogen op. Maar waarom gebeurt dat dan niet tijdens de Olympische Spelen? Waarom houden we grootgrutters nu opeens geen superacties? Omdat half Nederland op vakantie is en er dus toch al veel minder te verkopen valt? Het is opvallend rustig op commercieel oorlogsgebied.

De Spelen, Het Sportevenement dat slechts eens in de vier jaar in de zomer wordt gehouden, waar talloze topsporters alles voor opzij zetten, waar mannen als Roy Makaay en Ronaldinho aan mee willen doen, dat evenement blijft qua deatilhandelacties ver achter bij een ‘lokaal’ EK voetbal. De afgelopen weken werd mij vaak gevraagd wanneer de Spelen nu precies beginnen en wat de uitzendtijden zijn. De tv-gidsen pakken wel uit met speciale pagina’s, maar uitzendschema’s zijn er bijna niet te vinden, zelfs niet op internet. Het feit dat we zes uur tijdverschil hebben, kan hier mee te maken hebben. Toch wil ik zoveel mogelijk live zien en niet in een journaal of samenvatting omdat dan de uitslag allang en breed bekend is, zeker op een recreatieoord. De afgelopen weken heb ik ook veel topsporters die meedoen aan deze 26ste Olympiade gesproken en mede daardoor voel ik nog meer een binding met hen en de oranje-equipe. De topsporters vertelden me zo enthousiast over hun missie, dat je zou willen dat ze allemaal goud pakken. In 2004 pakte Nederland vier gouden medailles, tot nu toe won ons land er negentig. Een plaats in de mondiale top tien ligt weer in het verschiet. Dat is op zich al een goede reden om echt chauvinistisch te zijn. Ik hoop dit keer op acht gouden, acht zilveren en acht bronzen plakken. En dat de Holland Acht acht gouden plakken meebrengen.
Column Cor Hulsbus 1 JULI 2008

Het EK

Ed en Marcel zitten op kantoor. De klok laat hen schrikken. Nog drie uur en dan begint de eerste wedstrijd. ,,Wat moet ik voor jou noteren Ben?’’ Ben: ,,Doe maar 2-1, Van Persie en Kuijt.” Ed noteert de stand en de doelpuntenmakers. ,,Kost je vijf eurootjes kerel!” ,,Kan je bek niet verder open? Heb je gezien hoe weinig we dit jaar hadden aan vakantiegeld. Dat wilde ik graag opmaken in Zwitserland.” Ed grinnikt. Hij kent inmiddels alle antwoorden wel. Bij elk groot sportevenement belegt hij een pool. Nee, zelf doet ie niet mee. Het regelen alleen al kost veel tijd. Dit jaar hebben ze zelfs op het eigen ccf, het eigen intranet, een conference aangemaakt. De stand 1-1 is het vaakst genoemd. De winnaar die het aandurft 3-1 of 4-1 te noemen, verdient al gauw 200 euro. ,,Edje, kan ik ook nog inleggen?””, roept Johan vanuit de hoek Ondertussen gaat het mobieltje over. ,,Ed, fijne gozer, noteer voor mij maar een 1-3.” De notulist van de dag heeft het drukker dan normaal. Als ze het op het hoofdkantoor maar niet merken. Zullen ze daar vast niet goed vinden.

Een half uur later zijn de meeste collega’s al richting huis, kantine of buurtfeest. Ed zit bijna alleen, Elma, de werkster vraagt of hij niet naar het voetbal moet kijken. ,,Ach, het interesseert me niet zo, als Nederland maar ver komt. Dan kunnen wij deze pool aanhouden. Gezellig toch, dit gedoe schept een band. Mensen komen vroeger naar kantoor en gaan normaliter later weg. ,,Wil je ook een gokje wagen?’’ ,,Ja, leuk, doe mij maar 4-4,’’zegt de trouwe werkneemster. Bij de koffie- en waterautomaat is het drukker dan anders. En de werkdruk? Niets van te merken zo. Ed loopt het rijtje eens langs. Zelfs de grootste voetbalhaters staan genoteerd. Later op de avond zit de regelneef nog steeds achter de laptop. Met een oog op de tv gericht, het andere op de voorspellingen. De commentator schreeuwt het uit van verrukking. ,,Wat een wedstrijd, wat een uitslag. 4-4 en dat voor een eerste ronde. Ed loopt de rij nog eenmaal door. ,,Zie je, voor een pool hoef je helemaal geen verstand van voetbal te hebben. Zelfs de grote kenners en criticasters hadden deze uitslag nooit voorspeld.’’

Column Cor Hulsbus 6 JUNI 2008

Sport of geen sport?

Op verjaardagen, feestjes en recepties gaan mensen soms met elkaar de discussie aan over een bepaalde tak van sport. Dan hoor je van die mooie kreten over bij voorbeeld dammen en schaken, bridgen, klaverjassen, Stratego, Subuteo (vingervoetbal), of de wat stoerdere activiteiten als kite surfen, paragliden, auto crossen en noem maar op.

Wanneer is er nu sprake van een sport? Ik heb dat geprobeerd uit te zoeken, maar kom niet tot een eenduidig antwoord. Wel is het zo dat het NOC*NSF een heel belangrijk stempel drukt op een bezigheid en zij bepalen tot welke categorie een dit tijdverdrijf dan hoort. Bij hen zijn ook de bekende sporten aangesloten die we allemaal kennen. Maar terug naar de denksporten. Mag je schaken en dammen tot een sport rekenen? En bridgen, klaverjassen? Waar ligt de grens bij de kaartspelen. Is pokeren een sport? Of de toto of lotto invullen? Mag je paard rijden een sport noemen? We doen het allemaal wel, net zoals we auto racen en motorcrossen als sport beschouwen. Ik zat het me onlangs allemaal af te vragen toen ik allerlei persberichten langs liep. Er komen talloze mails binnen over frisbee gooien, dansen, twirl (majorettes), bowlen, tafelvoetbal, etc, maar waar leg je als sportjournalist de grens. Wat zie je zelf als sport en is het lezenswaardig voor de mensen thuis. Welke criteria hanteer je bij het kiezen. Het zijn vragen die mij bezig houden. In augustus kunnen we topsporters aan het werk zien op de Olympische Spelen, maar daar zien we geen korfballers, karateka’s, schakers, en dat scheelt Nederland sowieso enkele (gouden) medailles. Zelfs de honkbalsport wordt van de lijst gehaald door het IOC. Zij zien paard rijden als een belangrijke sport maar rugby weer niet. Kortom, dit is een onderwerp waar men zelfs op verjaardagsfeestjes nooit over uitgepraat raakt. Wat belangrijk in deze is, dat u zelf lekker een sport kiest en er van geniet. Het maakt niet uit wat u doet, als u maar beweegt, wordt ons dagelijks voorgehouden. En zo is het ook. Geniet, maar sport met mate. Want wie een blessure oploopt, laat zijn werkgever liever niet weten dat dit met sporten is gebeurd. Werkgevers zijn daar niet blij mee en menig baas heeft al een clausule in een contract laten zetten. Dus bedenkt goed welke sport u kiest, zeker als u geblesseerd bent geraakt is het verstandig geen wilde sport te noemen of te roepen dat u de tegenstander flink hebt getackeld. Kiest u liever voor een rustige sport, dan zijn er volop mogelijkheden. Zwemmen schijnt de meest gezonde sport te zijn. Daar zijn al aardig wat rapporten over opgesteld. En zeker met de lekker zomertemperaturen is de zwemsport de meest ideale zomersport.

Column Cor Hulsbus 28 april 2008

China

China, china, China. Je hoort, eet en leest niets anders als je niet uitkijkt. Sportkleding van de bekende merken worden opeens tegen schandalig lage prijzen en onder erbarmelijke omstandigheden gemaakt. Alsof dat nieuws is.
Gemeente-ambtenaren, burgemeesters (onder meer Ivo Opstelten van Rotterdam) en wethouders van diverse gemeenten boeken retourtje China om zich voor te kunnen bereiden om de Spelen of de Olympiade die ooit, mogelijkerwijs in hun stad zou kunnen worden gehouden. Gemeenschapsgeld wordt over de balk gesmeten, oordelen criticasters. Anderen beweren dat zaken doen met China altijd goed is in deze tijd.


De laatste weken ben ik opmerkelijk vaak naar de Chinees geweest, volg ik bijna alles op National Geographic over dit land en ben ik van plan een reisje naar Peking te boeken.
Is het toeval of niet? Dat ik in de kranten alles lees over dit land, dat ING er meer zaken gaat doen, dat Ajax er goede deals sluit en dat de mobieltjes en andere veel gebruikte voorwerpen er worden vervaardigd.
De Tweede Kamer wil nu dat premier Balkenende in heroverweging neemt of hij wel of niet naar de opening gaat op 8 augustus. Terwijl hele handelsdelegaties, inclusief topambtenaren en politici regelmatig in China om gunsten bedelen voor bijvoorbeeld de Rotterdamse haven of andere grote projecten, daar staan criticasters te bedelen om niet naar China af te reizen voor het mooiste SPORT-evenement van deze vier jaar. Sport en politiek gingen al
vaker niet samen, waardoor topsporters ontbraken in Olympiades van Moskou en Los Angeles. Gek eigenlijk, dat iedereen zich nu druk maakt om de situatie in China, terwijl je daar vier jaar lang niemand over hoort. Gek eigenlijk, dat niemand zich druk maakt over schending van de mensenrechten in bij voorbeeld Amerika, waar de doodstraf wordt gehanteerd. Gek eigenlijk, dat Nederland deze week op de vingers is getikt vanwege de eigen rechten. Hier wordt nog gediscrimineerd en mogen gehandicapte kinderen nog steeds niet naar een reguliere basisschool, terwijl er al vier wetten en Unesco-verdragen zijn ondertekend. Gek eigenlijk dat we wel geld willen ophalen in China en dat er dan tijdens die zakelijke onderhandelingen niet geklaagd wordt over de mensenrechten en de situatie in Tibet. Gek eigenlijk dat vele Nederlanders China al jarenlang als vakantieland bezoeken. Ook wij waren er, vijftien jaar geleden. En net als in vele andere landen die we bezochten, merk je niets van misstanden. Die komen pas in de schijnwerpers te staan als er Olympische Spelen plaatsvinden. Over vier jaar, Londen. Was er onlangs, in de wijk Newham, waar West Ham United speelt. Wijk in het noordoosten van de immens grote stad. Ben benieuwd wat men voor 2012 Londen bedenkt? Boycotten we dan de Spelen omdat ze daar links rijden, de pond als betaalmiddel hebben of ze andere maten hanteren?

 

Column Cor Hulsbus 1 april 2008

De nationale sportweek

Mij werd vorige week door Alex Beaujon van de Rotterdam Challengers gevraagd om mee te werken aan zijn afstudeeronderzoek. Deze manager/student onderzoekt waarom ‘zijn’ sport basketbal zo weinig aandacht van de media krijgt. Ik ben daar eens goed over na gaan denken en kwam tot een aantal conclusies.

Ten eerste is het zo dat basketbal door Mart Smeets en dus Studio Sport op handen wordt gedragen en dat vooral de aandacht van deze programmamakers essentieel is voor de populariteit van een sport. Oftewel de mensen achter dit programma bepalen voor een groot deel waar de kijkers uit kunnen kiezen. Voetbal, schaatsen en wielrennen zijn al vele jaren bepalend qua aanbod. Zijn dit ook de meest bekeken sporten? Ja, door de loop der jaren is dit wel gebleken. Vooral de allroundwedstrijden schaatsen, de wielerklassiekers, de Grand Slams, de hockeytoernooien, de Tour en de vele voetbalwedstrijden en grote sporttoernooien hebben al zeker veertig jaar onze beeldbuizen bereikt en hebben we als klant de mogelijkheid gehad te kijken. Maak daar redelijk wat promotie voor en je hebt kijkers, dat weten zelfs de mensen achter de slechtste programma’s als roddelboulevard en de Gouden apenkooi.

Maar daar hoe zit het dan met de Amerikaanse sporten?

American Football, honkbal, basketball hebben een minder populaire traditie opgebouwd in ons land. Studio Sport besteedt zelfs meer aandacht aan rugby dan aan de Amerikaanse variant van het ‘edele voetbalspel’. Aan honkbal werd wel regelmatig veel aandacht geschonken en dat geldt ook voor basketbal. Toch zijn deze typisch uit het westen overgewaaide sporten minder in trek dan bij voorbeeld het oer-Hollandse korfbal, en het volleybal. Typisch eigenlijk, want we nemen sinds 1945 zowat alles over van onze Amerikaanse wereldgenoten. Is de tv dan toch zo bepalend?

De voetbalsport daarentegen zit in onze cultuur verweven, dat ervaart men in Amerika ook. Dat zal altijd de grootste kijksport blijven, hoewel de aantallen flink terugliepen bij de commerciële zenders. Ook de autosport blijkt populair te zijn gezien de aandacht van de commerciëlen, of heeft dat met reclamezendtijd te maken?  Maar wie blijft op zondagmiddag thuis voor Studio Sport als er geen schaatsen of wielrennen is? Wie kijkt er dan naar het uurtje zaalsporten? Naar de toppers in de diverse competities? De meeste Nederlanders kiezen er voor om zelf actief te zijn, in de zaal, op het veld of desnoods onder water of in de lucht. Nieuwe sporten als kitesurfen en paragliding trekken immers steeds meer actieve deelnemers. Mensen die eens iets anders willen, en dat zijn echt niet alleen jongeren.

Deze week is het nationale sportweek en promoten bekende Hollanders (ik zie in de advertentie van Le Coq Sportif namelijk geen enkele allochtoon) allerlei sporten. Ik zie een hockeystick, tennisracket, knuppel en ski’s maar geen grote ballen. In de grote steden wordt veel geld en tijd geïnvesteerd om jongeren aan het sporten te krijgen. De jeugd in de grote steden kan op allerlei velden die met geld van de foundations van Cruijff of Krajicek zijn aangelegd buiten spelen. Soms staan er zelfs lichtmasten om de veldjes. Kinderen krijgen in een aantal scholen extra gymnastiekles en projecten worden opgestart of kinderen lid te laten worden van een club zonder dat zij contributie hoeven te betalen.

En waarom lukt het dan toch niet om bij voorbeeld basketbalclubs te laten groeien?

Dat heeft dan volgens de bestuurders weer met de ouders te maken. Die zouden voor het kader moeten zorgen, maar hebben de vrije zaterdag zelf grotendeels nodig om allerlei klussen af te maken. De jeugd kan op het pleintje basketballen, maar gaat niet de zaal in. Zoals duizenden fietsers geen lid worden van een wielerclub, hardlopers het vooral alleen doen en golfers de druk bezette banen opzoeken om solo te kunnen laten zien wie ze zijn. De teamsport is uit de mode aan het raken. Steeds meer ouders kiezen bewust een solosport voor hun kind zodat er geen verplichtingen meer zijn. Lid worden van een sportvereniging is niet meer zo vanzelfsprekend. En dus wordt ook de clubliefde iets bijzonders. Daarbij komt nog dat wie naar een hoger niveau kan, wordt weggeplukt bij de concurrent.

De ontwikkeling van de sportverenigingen in ons land is aan verandering onderhevig. Clubs richten zich al op opvang en huiswerkbegeleiding om kinderen binnen te krijgen. Speciale veteranencompetities worden doordeweeks opgestart om de weekendleden te behouden.

De grootste vijand van de sportclubs is de factor tijd. Internet, de vele waardeloze televisieprogramma’s en de sportuitzendingen bepalen de hoeveelheid tijd die we willen investeren in sport. Het gaat vooral om keuzes maken. Zelf sporten of sport kijken? Aandacht voor het gezin thuis of met het gezin aan sport doen? Op internet lezen over voetbal of zelf gaan trainen? Uurtje in de file staan of de fiets pakken? Overwerken of partijtje tennissen? Vrijdagmiddag borrel of namiddags met elkaar tennissen of nog leuker, zwemmen.

De komende maanden komen er prachtige sportevenementen tot ons, of we nu willen of niet. Wellicht zetten de televisiebeelden de mensen weer aan tot sport. Zien sporten doet sporten. Na grote evenementen neemt het aantal leden altijd toe. De nationale sportweek duurt dit jaar tot eind augustus. En at pas echt zou helpen? Als Erica Terpstra weer in een badpak kruipt en meedoet aan een afvalprogramma en ze de marathon van Rotterdam gaat lopen. Dan pas dwing je respect af bij het volk. Met veel televisiezendtijd, topkoks, en Sonja Bakker….in een bijrol.

Column Cor Hulsbus 21 februari 2008
Waan van de dag
(Eerder behaalde resultaten bieden geen garanties voor de toekomst)

Marco van Basten is bondscoach en wordt trainer van Ajax. Bert van Marwijk is de coach van Feyenoord en wordt de bondscoach. De trainerstoelendans is weer begonnen. Als coach van een bond met meer dan een miljoen leden, heb je dus meer dan een grote achterban met een mening over jou. In dit geval ben je ook nog de technische man die een nationaal voetbalelftal (bege)leidt. De meningen over een dergelijk keuzeheer lopen altijd uiteen. De één vindt de man in kwestie helemaal niets, de ander loopt er mee weg. Daartussen zit een groot grijs gebied waar mensen hun meningen kunnen bijstellen. Een toptrainer is iemand die het beste uit zijn spelers kan halen. Een topcoach moet over heel andere capaciteiten beschikken. Factoren als mensenkennis, humor, orde, discipline, duidelijkheid, voetbalkennis, mediageniek horen tot de basiscompetenties. Wat maakt hen dan een goede bondscoach? Mijns inziens zijn en blijven dat toch de prestaties op het veld, geleverd door de spelers. Wanneer die spelers niet het uiterste uit zichzelf kunnen halen op dat niveau, zijn ze geen topper. Zij zijn het die daar op het hoogste niveau mogen presteren en zij moeten tot die topprestaties in staat zijn, ook zonder die bondscoach. Natuurlijk lukt het niet iedere wedstrijd, maar dan nog heeft de keuzeheer andere keuzemogelijkheden, weten ook Dick Advocaat en Frank Rijkaard. Van Basten, Van Hanegem, Van Gaal, Rutten en Van Marwijk zelf werden dit seizoen de hemel in geprezen om hun prestaties dit seizoen, maar als het even minder gaat, vindt men hen opeens geen toptrainer meer. Mario Been werd vorig seizoen nog genoemd als opvolger van Erwin Koeman bij Feyenoord, werd nergens meer genoemd en kon na enkele fraaie overwinningen (onder meer op Feyenoord) niet meer stuk in Nijmegen en omgeving. Kon hij er de weken daarvoor opeens niets meer van? De laatste weken werden immers de namen van Ron Jans en Gert-Jan Verbeek genoemd als nieuwe trainer/coach van Feyenoord. De voetballerij, of eigenlijk geldt dit voor heel veel sporten, is altijd in de ban van de prestaties. Zijn die goed dan ben je een goede coach. Zoals Ernie Brandts momenteel door fans de hemel in wordt geprezen, zo hard kan zijn opvolger (Robert Maaskant) straks vallen bij NAC.

Zelfs grote namen sneuvelen wanneer er tijdelijk geen overwinningen worden geboekt. Dan tellen alleen nog de in het verleden behaalde resultaten. Zoals in het geval Van Gaal. Juist in die voetbaljungle is de trainer sterk afhankelijk van de publieke opinie en dus indirect op de mening van bestuurders, of in de meeste nieuwe gevallen, de rade van commissarissen en directies van clubs. Mensen uit het bedrijfsleven die na een eventueel ontslag zelf blijven zitten. Bij Ajax is nu de algemeen directeur de pineut en mag de technisch verantwoordelijke man (Martin van Geel) blijven zitten. Zo kan het dus ook. Het publiek betaalt en bepaalt als het ware. Denk aan de sierlijk onaantastbare ex-voorzitter Jorien van den Herik, van wie we al heel lang niets meer hebben gehoord. Een man die op een voetstuk stond maar die a la Saddam Hoessein omver werd gehaald. Van den Herik deed veel goede dingen voor de club maar werd geslachtofferd omdat de publieke opinie tegen hem keerde. Wat is in al deze kwesties de macht van de media en moeten we als volgers niet eens zelf een mening vormen op basis van wat we zouden moeten weten en niet wat we te horen krijgen. Natuurlijk zult u zeggen, maar we krijgen lang niet altijd de kans om mee te lopen en alles te volgen. En dat is in de sportwereld juist het grote probleem. We weten vaak bijna niets maar hebben toch onze mening klaar, gebaseerd op slechts meningen en resultaten. Hoe zouden wij het zelf vinden als we zo zouden worden beoordeeld op ons werk? Zonder onderbouwde meningen de dupe worden van de waan van de dag? Tot slot een saillant voorbeeld van die waan. Terwijl mensen om mij heen Van Basten als bondscoach niks vinden maar hem nu wel als redder van Ajax zien. Hij alleen gaat de club uit de hoofdstad de komende jaren kampioen maken? En wie gaat dat bij Feyenoord doen? En is Van Marwijk de man die Nederland in 2010 wereldkampioen maat terwijl hij Feyenoord momenteel met veel beter materiaal niet aan attractief voetbal kan laten toekomen? De trainerswereld is net de financiële wereld. Eerder behaalde resultaten vormen geen garantie voor de toekomst. De waan van de dag regeert in voetballand. En wij zitten in die waan. Waanzinnige wereld, de voetbalwereld.
Column Cor Hulsbus 21 februari 2008
De scheids

De scheidsrechter, ook wel leidsman of Kop van Jut genoemd, staat weer eens in het middelpunt van de belangstelling. Iedereen roept zijn mening en de arbiters staan vrijwel elke zondagavond via de tv-analytici overal behoorlijk meer onder druk dan normaal al het geval is. Met dank aan  de heren fatsoensridders die de ref publiekelijk aan de schandpaal nagelen. Toch moeten we met z’n allen beseffen dat we geen teamsport kunnen beoefenen zonder die leidsmannen en vrouwen. Ik ondervond het afgelopen zondag aan den lijve. Niet dat ik wedstrijden fluit, want daar heb ik het lef niet voor. Je moet immers heel sterk in je schoenen staan en alle spelregels goed kennen. En op dat laatste punt gaat het zo vaak fout. Op amateurniveau zeker. Zondag speelden we met ons veteranenteam tegen de koploper. Harrie was onze scheids en zonder hem kunnen we niet spelen, dus koester ik alle Harrie’s in Nederland die op zondagochtend een aantal gefrustreerde kerels hun hobby laten uitoefenen. Vaak het gaat om kerels die doordeweeks op hun werk niets te vertellen hebben en thuis ook al overheerst worden door hun vrouw en op zondag willen laten merken dat ze nog zeggenschap hebben. Die leeglopen en alles er uit gooien en zodoende een bezoek aan de psycholoog uitsparen. Ook bij ons in het team lopen spelers die behoorlijk kunnen oh’en tegen de scheids. En Ik? Nee, ik trok iemand compleet onderuit, kreeg een penalty tegen, maar zeurde niet. Heeft toch geen zin. Ooit een scheids een beslissing zien terugdraaien? Nou dan. Laten we nu me z’n allen die vrijwilligers in hun waarde laten. Die leidsmannen die al die veteranen willen helpen. Zonder zo’n baasje kun je immers niet eens sporten.

Natuurlijk maken zij fouten en zijn deze soms beslissend, maar het is en blijft mensenwerk. Het is al veelzeggend dat men zelfs op tv oeverloos discussieert terwijl men de beschikking heeft over tal van camera’s. Dat de kenners dan nog twijfelen en niet iedereen zeker is van zijn of haar gezichtbepalende mening, dat is tot daar aan toe. Maar dat de arbiters van dienst soms als het afval van de samenleving worden betiteld, dat gaat ook mij te ver. Het grote publiek neemt de mening van de zogenoemde ‘kenners’ klakkeloos over en een volgende keer is de man of vrouw waar ook in een sportveld de gebeten hond. Je zal als kind het allemaal moeten aanhoren dat je vader of moeder zo tekeer gaat langs de lijn of in een stadion. Echt waar, ik zie het vrijwel elke week langs de sportvelden en op de tribunes. Mensen die hoog zijn opgeleid maar die zich soms even laten gaan zonder dat ze het zelf doorhebben Bij deze roep ik alle teamsporters op zelf eens in de huid te kruipen van een scheidsrechter. Pas dan ervaar je hoe moeilijk leiding geven kan zijn. En sporters, leer eerst alle spelregels uit het hoofd, dat scheelt een hoop ergernis. Want zeg nou eens eerlijk, wie kent alle regels van zijn sport uit het hoofd? Als zelfs rijke profs aan de scheids moeten vragen of de vrije trap direct of indirect is, wie weet het dan beter?
Column Cor Hulsbus 29 Januari 2008
De club als oppas

Jean zucht. ,,Wat ons nu weer is overkomen.’’ Hij kijkt zijn luisterende metgezellen aan. De aanwezigen op de verjaardag staken hun geroezemoes en kijken Jan, die meestal weinig zegt, nieuwsgierig aan. ,,Wat is er gebeurd Jean?’’ vraagt nieuwsgierige Aag oprecht. ,,Onze club, je weet wel, de hockeyclub waar ik voorzitter van ben, wordt de laatste tijd steeds vaker gebruikt als oppaslocatie. ,,Dan brengen de ouders hun kind ’s ochtends vroeg op het complex en stoppen hen dan nog gauw tien euro in de handen. Met een ‘tot vanmiddag’ nemen ze dan afscheid en rijden weg, hun kroost vertwijfeld achterlatend.’’ ,,Ja, ik hoorde onlangs ook zoiets, ouders die hun kind bij de UPC-winkel, Ikea of McDonald dumpen en hen dan uren later pas weer ophalen’’, merkt alleslezer Henk op. ,,Je ziet het steeds vaker ook in de kranten, mensen die klagen dat ouders hun kinderen tijdelijk ergens stallen en dan zelf lekker gaan winkelen.’’ ,,Ja, maar bij ons duurt zo’n bezoek de gehele dag. Die kinderen worden in wedstrijdtenue afgezet en met hockeystick en al lopen ze dan urenlang rond.


De leider weet zich er soms ook geen raad mee en kan alleen naar die kinderen omkijken als ze de wedstrijd spelen. Het is te gek voor woorden.’’ ,,Om hoeveel kinderen gaat het eigenlijk”’, vraagt Aag. ,,Te veel,’’ antwoordt Jean. ,,Ik schat een stuk of dertig, veertig op 350 jeugdleden.’’ Heb je de ouders er al op aan gesproken? ,,Ja, al zo vaak. Dan beloven ze beterschap. Maar we gaan er wat aan doen binnenkort.’’ ,,Wat dan?’’ vraagt Aag onmiddellijk. ,,We werken nauw samen met de lokale scholen in het kader van de brede schoolnetwerken en als alles meezit, krijgen we van een sponsor een portocabin waar we allerlei materialen als een play station kunnen zetten. Waar kinderen kunnen knutselen. Buiten willen we dan een speelhoek en speeltuintje maken’’, merkt Jean triomfantelijk op. ,,Maar dan trek je nog meer kinderen aan?’’, reageert tante Tilly gevat. ,,Ja, dat zou kunnen, maar we zijn ook in gesprek met de gemeente om een pedagoog aan te stellen. We lazen in de krant Metro een artikel over een pedagoog bij voetbalvereniging HOV in Rotterdam en dat lijkt ons wel wat. Iemand die met kinderen en ouders kan praten. Maar ook iemand die de kinderen bezig kan houden. Hebben jullie wel nagedacht over de consequenties met betrekking tot verzekeringen et cetera’’, vraagt neef Jean-Paul ogenblikkelijk, want als assuradeur ziet hij overal een kans in. ,,Nee, eerlijk gezegd niet. Ouders zijn toch verantwoordelijk voor hun kinderen?’’ ,,Ja, maar als jullie dat allemaal gaan doen, mag je wel een aparte polis afsluiten, voor noodgevallen en ongelukken ter plekke, op jullie accommodatie. We krijgen steeds vaker schadegevalletjes. Jas kapot, tand gebroken, hockeystick doormidden, kortom, je kunt nog wat verwachten.’’Jean denkt diep na. Eigenlijk wel fijn dat hij zijn idee hier in de groep heeft gegooid. Deze mensen, geen bestuurders, denken mee en wijzen hem op bepaalde zaken waar niemand binnen de club aan heeft gedacht. Zelfs de ouderdenktank niet. Wel een waanzinnig goed idee, zo’n activiteitenaanbod van de vereniging. Kinderen hebben geld van hun ouders meegekregen en verteren dat in de kantine. De kinderen zijn onder elkaar en ook met hun sport bezig. Als de gemeente nu maar doorzet. Ach, als vereniging heb je tegenwoordig nu eenmaal een brede maatschappelijke functie, dus waarom zouden we ons niet aanpassen? De club als oppas, wie had dat tien jaar geleden durven denken? Jean in ieder geval niet.
Column Cor Hulsbus 9 Januari 2008
De nieuwjaarsreceptie


De stereo staat zacht, de kantine loopt langzaam vol. Voorzitter Henk komt ogen en oren te kort. Samen met zijn medebestuurders heeft de preses een nieuwjaarsspeech in elkaar gezet. Waar andere jaren gezellig koetjes, kalfjes, de begroting en de prestaties kon worden gerept, dit jaar wordt het serieus en menens. Het water staat de club tot aan de lippen. En bovendien, drie van de zeven bestuursleden willen er mee stoppen de komende ledenvergadering. En dus zal Henk hier zo meteen volop aandacht voor vragen, of beter gezegd eisen. Dit keer moet het echt stil worden. In de voorgaande jaren bleef de muziek zacht aan staan en speechte hij voor slechts een deel van de aanwezigen. De meeste bezoekers vonden hun eigen gesprek blijkbaar zinvoller of belangrijker. Toch is de nieuwjaarsreceptie waardevol voor de club. Mensen ontmoeten elkaar in een ongedwongen sfeer, sponsors ontmoeten leden en kunnen aan business to business doen. Van de honderden leden komt weliswaar ieder jaar slechts een tiende deel naar de eerste bijeenkomst van het jaar, de gezelligheid is waardevoller dan de aanslag op de rekening van de penningmeester. Ja, die zeurt ieder jaar over de hoeveelheid drankjes en hapjes die ieder jaar duurder en duurder wordt. Henk komt ieder jaar met hetzelfde antwoord. ,,Ach, het is maar één keer per jaar nieuwjaar.’’ De schatbewaarder is een goede vent, jammer dat hij er nu mee moet stoppen van zijn vrouw. Na 25 jaar hebben drie van zijn kinderen de club doorlopen maar wonen ze al jaren buitenshuis. Vakanties zijn er niet geweest de afgelopen jaren. Dat geldt ook eigenlijk voor Henk. Als fervent ski-liefhebber zou hij graag ieder jaar gaan, maar ook het carnavalsfeest en zijn rol als Prins eisen zijn tijd op. Zenuwachtig kijkt Henk om zich heen. Op de klok kruipt de grote wijzer naar de twaalf en de kleine staat al op zeven. Nog een uurtje en dan is het voorbij. Kordaat stapt Henk naar de discjockey, een wat oudere puber, speleer van het vierde juniorenteam. Normaal niet opvallend, nu middelpunt van de belangstelling. De microfoon weegt zwaarder in zijn hand dan verwacht. Aan/uitknopje controleren. Even testen, een, twee, drie, test. Vijftig paar ogen kijken zijn kant op, het merendeel van de aanwezigen praat rustig door. ,,Geachte aanwezigen, mag ik jullie welgemeende aandacht?’’ Het wordt al iets stiller, maar nog lang niet stil genoeg. ,,Als voorzitter heb ik voor jullie, namens het bestuur overigens, een heel belangrijke mededeling. De noodzaak tot fuseren……’’. Plotsklaps wordt het bijna helemaal stil in de kantine. ,,Wat, fusie?’’ schreeuwt bolle Tinus achterin de zaal. ,,dat zal toch zeker niet, met wie dan wel?’’ ,,Hou toch eens je grote bek man,’’ roept Ans van achter de bar. ,,Laat Henk nou eerst eens zijn zegje doen.’’

,,Dank je wel Ans”. Ja.leden, het kan zo maar eens waarheid worden dit jaar. Zoals jullie in de nieuwsbrieven hebben kunnen lezen, stoppen een aantal bestuursleden dit jaar met hun werkzaamheden voor de club. En aangezien nog niemand zich heeft aangemeld, kunnen we straks niet verder draaien. Er zullen zeker vier nieuwe mensen moeten komen, het liefst vandaag nog. En o ja, de beste wensen voor dit nieuwe jaar, want dan heb ik ook een goed jaar, haha. Maar alle gekheid op een stokje, we hebben dringend mensen nodig, ook nieuwe sponsors. Ik kan het straks niet in mijn eentje allemaal alleen doen, met de overgebleven bestuurders. We hebben al bijna geen jeugdleiders meer, geen ouders die op zaterdag de lagere teams willen rijden en menigeen betaalt de contributie niet of veel te laat waardoor de penningmeester soms de rekeningen niet kan betalen.’’ ,,Nou, dan ga je toch naar lenen.nl of DSB en vraag je Scheringa toch om geld,’’ mengt Tinus zich in de strijd. ,,Leuk idee Tinus, maar Henk heeft gelijk, we gaan zo naar de knoppen. Er moet snel iets gebeuren anders is het gedaan met ons cluppie,’’ laat Willem zich opeens horen. De man die 25 jaar lang de centjes beheerde en vrijwel nooit iets hardop durfde te zeggen, komt nu flink uit de hoek. Na een onverwachte speech van enkele minuten is het dit keer echt stil in de zaal. De woorden van Stille Willem komen hard aan. ,,Ok, zeg maar wat er mot gebeuren,’’ roept Tinus. Dan zoek ik wel effe een paar nieuwe gasten voor jullie. ,,Niet nodig Tinus,’’ klinkt het vanachter uit de kantine. Daar staat de hoofdsponsor. Groter, sterke man met een heldere en zware stem. ,,Ik zorg wel dat onze boekhouder de administratie gaat doen en dat iedereen op tijd betaalt.’’ ,,En ik wil wel pr-man worden en sponsors zoeken,’’ zegt de hoofdtrainer die al zes jaar bij de club in dienst is. Henk kijkt blij om zich heen. Meerdere handen gaan omhoog. Opeens voelt Henk zich niet meer alleen staan op het podium. ,,Fantastisch mensen, dit is ongelooflijk, wat ben ik blij. Hierbij geef ik een rondje weg.’’ ,,Jaja, dat kun je makkelijk zeggen,’’ mijmert Willem. ,,De rekening is toch voor de penningmeester.’’
Column Cor Hulsbus 28 november 2007

Voorbeeld

Het is zaterdagochtend, even na tienen. Op het veld staan 25 mannen die zich bezighouden met het edele voetbalspel. Een dikke, kale man is heel dominant aanwezig en wordt blijkbaar als leidsman gezien. En dus moet hij het ontgelden op dit niveau. ,,He , scheids, kijk eens uit je doppen blinde!’’ De man kijkt om maar ziet net wie de opmerking maakt. Het spel gaat door, de aanval loopt verder. Plotseling klinkt er een ruwe kreet. ,,Aaaahh, kl….die krijg je terug.’’ Snel spoedt de arbiter naar de plaats des onheils. Hij is niet de enige. Gelijk een nieuw soortige scrum staan mannen van twee partijen elkaar te betasten. Het gaat er nogal onvriendelijk aan toe. Langs de lijn wordt flink gescholden. Vanuit een klein hokje klinkt asociaal geschreeuw. Opeens staan er meer dan veertig ‘voetballers’ in het veld. De achterblijvers zijn klein van stuk. Jongetjes nog, die vol verbazing hun vaders aanschouwen. Is dit nu veteranenvoetbal? Is dit nu wat papa altijd bedoelt met strijd leveren en vechten voor je plaatsje?

Een veld verderop lopen 22 meisjes, veelal getooid met paardenstaarten, huppelend over een kunstgrasveld. Hier staan geen jongetjes met een bal langs de lijn, maar rondborstige vaders en flink opgemaakte moeders die graag zien dat hun kroost de beste van het veld is. ,,Naar voren,’’ schreeuwt een lange vader die klaarblijkelijk de coach is. Het meisje kijkt verbaast om zich heen. De kleine witte bal komt snel op haar af. Wat te doen? Ze rent in tegengestelde richting de bal tegemoet, laat het speeltuig voor wat het is en staat opeens oog in oog met de keepster van de tegenpartij. De bal is op dat moment aan de andere kant en passeert de eigen doelvrouwe. De coach is verbouwereerd. Hoe kon dit gebeuren? Enkele ouders mopperen en geven het arme kind de schuld van deze tegentreffer.

Op het derde veld van dit grote dorpssportcomplex rennen 22 jongens achter een bal aan. Langs de lijn is bijna niemand te bekennen. Dit is namelijk het laagste juniorenteam en daar komen ouders vrijwel niet naar kijken. Er zijn geen wissels en er is geen trainer of grensrechter. De bal vliegt alle kanten op, behalve de goede. Toch stralen de jongens van plezier. Hier kijken de knapen heel de week naar uit. Gewoon lekker sporten, zonder al te veel kopzorgen.

Column Cor Hulsbus

Achter Oranje


Woensdag 21 november speelt het Nederlands elftal weer maar ik heb de afgelopen dagen al veel mensen horen zeggen dat ze na het debacle van Luxemburg niet zullen kijken. Prompt zullen ze dan in dat duel de pannen van het dak spelen, de druk is immers van de ketel. Hoezo druk? Voetballen tegen twee profs en negen amateurs uit Luxemburg, in een buitengewoon sfeervolle ambiance, met de beste spelers die je om je heen kunt hebben als speler van het Nederlands team, moet je je toch als een kind in een speelgoedwinkel wanen. Dan moet je toch die drijvende krachten en motivatie van een EK-ticket niet eens nodig hebben. Het moet toch juist een feest zijn om die verdedigende muur te slechten met fraaie steekpasser a la Luigi Bruins? Ik kan me geen leukere wedstrijd voorstellen, thuis in dat door de voetballers geroemde stadion De Kuip. De day after the night before hadden wij veteranen het er onderling over in de kleedkamer. Zet een stel dikke dertigers, veertigers en een bijna zeventiger bij elkaar en ze analyseren elke zondag over wat we de avond er voor op de buis mochten aanschouwen. Het was voor ons duidelijk, tegen zulke tegenstanders is het heerlijk voetballen. Als je de bal maar rond laat gaan, de vleugels worden benut en de spitsen klaar staan om te koppen, of binnen te tikken (zoals Schiedammer Koevermans ook keurig deed), dan voetbal je aantrekkelijk en krijg je vanzelf kansen. Bij ons is er geen Geen ge-oh over 4-2-4 of 4-3-3 of 4-4-2, ga gewoon daar staan waar je moet staan.

Diezelfde zondagochtend stonden wij al binnen tien minuten met 0-3 achter. Maar…we knokten terug, tegen en bijna met elkaar. De discussies liepen soms flink op, en dat zette iedereen op scherp. We kwamen bijna terug. Bij rust stond het wel al 3-6. Na de hete thee werd het 5-6 en pas in de slotfase vonden we ons Waterloo. Hoezo, scoren is moeilijk? Op ons niveau ging van alles fout, maar dat hadden we tien uur eerder bij onze collega’s ook zien gebeuren. Maar wij benutten wel onze flanken (met de bijna 70-jarge Gerard Weber), wij hadden met Marcel en Johan wel afmakers. Het spelletje voetbal hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Wie vijf maal scoort (zou normaal geweest zijn voor Oranje, zo verklaarde Van Basten vooraf), behoort een partij te winnen Echter, onze verdediging kreeg zeven tegentreffers te verwerken. Puur en alleen omdat zij eveneens over de flanken speelden en de bal snel lieten rondgaan. En dat voor een stel amateurs in de laagste afdeling bij de veteranen. Voetbal kan zo leuk zijn. Als er maar wordt gescoord. Wil je winnen, dan moet je er één meer maken dan je tegenstander. Dat deed Oranje wel, en wij niet. Maar bij ons zag het publiek wel twaalf treffers. Wat ontbrak waren d oranje mutsen, sjaals en soms malle attributen waarmee oranjefans zich willen onderscheiden. Nederland is chauvinistisch, dus na de loting op 2 december, breekt heel langzaam de EK-koorts weer uit en dan richting juni zullen de meeste fans in ons land de matige duels met onder meer Luxemburg zijn vergeten. De ware voetbalfan staat immers altijd achter Oranje.